Eindpresentaties

Op 23 mei 2024 zijn we te gast bij de gemeente Amsterdam in het stadhuis. Paul Wallerbos is de gastheer en we krijgen presentaties te zien van zowel DWTM als van het AMS-Institute.

DWTM borduurt voort op de presentatie die in april is gegeven, waarbij vooral meer aandacht is gegeven aan het zogenaamde afwegingskader. De keuze voor de ene of de andere verwarmingstechniek zou niet alleen op economische gronden moeten worden genomen maar ook duurzaamheid/milieu, technologie en sociale aspecten spelen een rol. Bij het laatste kan je bijvoorbeeld denken aan ontzorging van de bewoners, zeggenschap van de bewoners of zoiets als impact op de woning zelf.

Ook nu is het afwegingskader afgezet tegen de 4 onderzochte technische opties:

  • Collectieve oplossing die gebruik maakt van warmte uit het oppervlakte water
  • Collectieve warmtepomp die zijn energie uit de lucht haalt
  • Individuele lucht-water warmte pomp
  • Hybride warmtepomp met gasketel

Ook hier geldt, net als bij de economische afwegingen, dat de verschillen tussen de varianten gering zijn. Telkens weer lijkt het dat of de collectieve oplossing met energie uit oppervlakte water, of de hybride individuele oplossing de meeste potentie heeft, al zijn de verschillen niet significant en zijn er in alle gevallen potentiële obstakels waarop nog geen antwoord is geformuleerd (bijvoorbeeld ruimte voor de collectieve oplossing of regelgeving – buitenunits – voor de individuele oplossing).

De presentatie van DWTM is hier terug te vinden.

Inkijkje bij het stadhuis

AMS heeft een quickscan uitgevoerd naar het achteraf inbouwen (retrofitting) van maatregelen en het effect dat dit heeft op het verminderen van energie voor het verwarmen van verblijfsruimten. Hierbij gaat het met name om isolatie maatregelen aan het dak, de wanden, de vloeren, ramen en deuren, dichten van ‘lekken’ en ventilatie. Ze hebben dit afgezet tegen de verschillende woningtypes die je terugvindt in het plangebied. Ook is er een onderscheid gemaakt tussen maatregelen die zouden kunnen leiden tot zogenaamde Lage Temperatuur (LT) verwarming (het meest zuinig) of Midden Temperatuur (MT) verwarming (een afgifte temperatuur tot 70 graden). In dit laatste geval kunnen bijvoorbeeld bestaande radiatoren die nu op de CV zijn aangesloten bruikbaar blijven. In het eerste geval (LT) zijn veelal ander typen radiatoren/convectoren nodig of moet worden  overgegaan tot vloer/wand verwarming.

Zonder dat er een kosten berekening is gemaakt is de conclusie dat in de woningen aan de Leidsekade/Marnixstraat bij de MT maatregelen een energiebesparing voor de ruimteverwarming mogelijk is van gemiddeld ca 44% en in het LT scenario van 58%. Als wordt ingezoomd op de verschillende woning archetypes kan voor de appartementsbewoners zelfs 47% resp. 67 % (LT) worden bespaard op de ruimte verwarming (of koeling).

Ze geven wel aan dat de LT optie wellicht moeilijk te bereiken is gegeven de monumentale status van de panden en/of het feit dat het beschermd stadsgezicht is.

Het lijkt in elk geval de moeite waard om collectief verder te onderzoeken wat er aan mogelijkheden liggen voor de individuele appartementen c.q. VvE’s.

De woonboten zijn helaas niet meegenomen in deze quickscan daar ze niet in de archetypes van de energie modellen passen. 

De presentatie van AMS is hier terug te vinden.


Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *